Verslag van de reis van Kiel naar Gdynia via Kopenhagen en Karlskrona met leerlingen van de Zeevaartschool Amsterdam
27 juni: Op naar Kiel
Zondagmiddag (gisteren) zijn we met negen man in een personenbusje vanaf Amsterdam vertrokken richting Kiel (Duitsland). Daar wachtte de Morgenster ons al op. Eén van de bemanningsleden reed ons richting noordoosten, een prima chauffeur. Aangekomen bij de Morgenster werden we verwelkomd met een vers getapt pilsje en een lekkere maaltijdsoep. De Morgenster is een mooie ex- haringlogger, welke door de kapitein en zijn vrouw (ook kapitein) samen met een aantal vrijwilligers is omgebouwd tot een opleidingsschip. Het was deze week groot feest in Kiel. De Kielerwoche trekt elk jaar veel bezoekers, waaronder veel tallships met hun bemanning. Helaas lag het schip aan de andere kant van de stad en waren we iets te laat om ook richting centrum te gaan om daar mee te feesten. Na een rondje lopen belandden we met de hele groep in een lokaal kroegje, twee straten verderop. Er zaten wat locals aan het bier, echt druk was het nog niet, dus de bardame was blij met ons. De jukebox in de hoek werd al gauw aangeslingerd, even een slagerhit en daarna wat ‘normalere’ muziek. Het apparaat draaide al gauw overtoeren, maar hij hield het uit en het volume werd zelfs nog wat opgekrikt. Nee, niet zo hoog als in een gemiddelde Nederlandse tent, je moet elkaar nog wel een beetje kunnen verstaan. Na de nodige pullen bier werd besloten te kooi te gaan, de volgende ochtend zou het ontbijt om half negen klaar staan. (BL)
De zondagochtend begint rustig, de nodige bemanningsleden liggen nog wat brak in hun kooi, maar na een goed ontbijt is iedereen klaar om de handen uit de mouwen te steken. We krijgen even een safety-tour en een uitleg over het beklimmen van de masten. Veiligheid staat natuurlijk voorop, dus iedereen moet even weten waar de nodige veiligheidsmiddelen te vinden zijn en hoe er geklommen moet worden met de klimtuigjes. De meeste enthousiastelingen vliegen meteen het wand in, de één gaat nog hoger dan de ander en het uitzicht is mooi. We worden in drie verschillende wachten ingedeeld, zodat we 4 uur op en 8 uur af kunnen lopen. We zijn een groep van hoofdzakelijk studenten van de zeevaartschool, dus we krijgen al snel veel vrijhied en vertrouwen en we mogen zelf ook aardig wat inbrengen. Rond een uurtje of elf gaan we trossen los en kunnen we koers zetten richting Oostzee. Maar niet voordat we ook het anker binnen hebben gehaald. Dat is namelijk een dag eerder gebruikt, toen het schip wat problemen had en door twee andere schepen broederlijk langs de kade was gebracht. Bij ons verloopt alles voorspoedig, en na een uitleg over de verschillende lijnen, schoten en zeilen kunnen we onze bijdrage leveren. Helaas komt de wind niet uit de meest optimale hoek, dus we gaan motorzeilen. De nodige zeilen worden gehesen en iedereen levert zijn bijdrage. De pinnen met de lijnen worden ons nu nog aangewezen, maar binnekort kunnen we zelf ook de juiste vinden, zo word ons verzekerd. Het weer is goed en we zetten koers richting noordoosten, richting de Kielerbocht. Na de lunch werd een verlaat het schip oefening gepland. Een paar man is nog aan het afwassen, dus daar word netjes op gewacht. Het signaal wordt gegeven, en binnen een paar minuten staat iedereen klaar bij de verzamelplaats, inclusief zwemvest om de nek. De wachten worden met een man of 6 gelopen, de studenten leren het nodige van de bemanning, maar de bemanning leert ook weer wat van de studenten. Het is fijn dat iedereen weet waar men het over heeft, alleen die zeilen en al die touwtjes, dat duurt nog wel even... Tegen een uur of 10 ’s avonds hebben we ongeveer 58 mijl afgelegd. We varen in de Mecklenbruger Bocht, en waarschijnlijk maken we nog wel een tussenstop ergens in Zweden of Denemarken. We hebben immers ruim de tijd om in Gdynia te komen. De sfeer is relaxt en het eten is prima, dus dat zit alvast goed. Hopelijk draait de wind wat, zodat we het een stuk volledig op de zeilen kunnen redden. (BL)
De mensen van de blauwe wacht beginnen vandaag om 04.00, het is al licht en de slaap zit nog in de ogen. Er is besloten om koers te zetten naar Kopenhagen, Denemarken. Dat is toch even leuk nieuws, het is altijd leuk om zo vrij te zijn om zo kort van te voren te bepalen welke haven je aandoet. Helaas werkt de wind nog niet echt mee, we schijnen hem elke keer tegen te hebben, of het waait niet hard genoeg. Gelukkig werkt het motortje prima. Het dek wordt ’s ochtends al even geboend, even de bagger weg bij de ankerwinch en de rest van het dek meteen meenemen. Gelukkig hebben we nog een lekkere warme snack, want de maagjes knorren, zo vroeg op de dag. De catering is weer prima, het weer is redelijk en iedereen doet z’n ding. De bootsman geeft wat werk uit handen door ons te leren hoe we de lijnen moeten takelen. Je weet wel, dat doe je om te voorkomen dat het touw ontrafelt op het eind. We kunnen gedurende de dag nog wat zeilen en Kopenhagen komt steeds dichterbij. De bijboot wordt nog overboord gezet voor ons, zodat we het schip van verder af kunnen fotograferen. Even wat reddingsvestjes aan en we kunnen in kleine groepjes mee. Sommigen mogen zelfs ook even sturen met het bootje. Het is altijd anders om het schip eens van een andere hoek te zien. Helaas neemt de wind in de loop van de middag af, maar gelukkig wordt het bij het aanlopen van Kopenhagen erg zonnig. De zeilen worden gestreken en er gaan wat groepjes de mast in om de zeilen op te knopen. Zo ziet het er weer netjes uit en vangen we niet teveel wind. Het uitzicht over de stad is prima, we kunnen zelfs de Eendracht nog even van dichtbij begroeten. We hebben een plekje aan de kaai precies voor het paleis van de Koningin. Er is een mooie tuin, met de nodige fonteinen. Er worden plannen gemaakt om ze als grote jacuzzi te gebruiken, van de uitvoering komt later weinig terecht. Na een lekkere avondmaaltijd aan dek frissen we ons op en gaan we richting stadscentrum. Er worden wat Deense kronen gepint er we scoren de nodige doosjes bier om deze op straat in het avondzonnetje te nuttigen. Zoals veel Deense locals het ook doen trouwens, we zitten niet alleen op de stoep, want de drankjes in de cafés zijn hier vrij prijzig. De blikjes hoef je trouwens niet weg te gooien, die worden al uit je handen gekeken voordat ze leeg zijn. Er lopen namelijk wat mensen rond die het statiegeld van één kroon per blikje graag innen, ze lopen met zakken vol. Na het nodige eet en drinkwerk gaan we weer richting schip, we vertrekken immers morgen weer op tijd om koers te zetten richting zuidoosten. (BL)
30 juni: Motoren en zwemmen
’s ochtends om 08.00u zaten we weer met z’n allen aan het ontbijt. Direct daarna vertrokken we uit Kopenhagen. Wederom staat de wind niet gunstig, voor zover hij aanwezig is. Met een zacht briesje op de kop varen we op de motor in de richting van Gdynia. De doorgaans drukke wateren, waarvoor men een soort van snelweg te water heeft aangelegd, zijn betrekkelijk rustig. De koopvaardij lijkt het zwaar te verduren te hebben in deze economisch minder goede tijden.
Het weer is verder goed, afgezien van het feit dat we niet kunnen zeilen door gebrek aan wind. Het wordt ’s middags zo warm dat we besluiten het schip naar rustig vaarwater te manoeuvreren en aldaar te gaan zwemmen. Zwemmen midden op zee is natuurlijk niet heel bijzonder. Om er toch weer een speciale happening van te maken hingen we een tros in de onderste ra van de voormast (een ra is een dwarsbalk aan de mast). Zo konden we vanaf het voorschip als Tarzan over het water vliegen en de vlucht afsluiten met een frisse duik.
Er is nog tijd om een tussenstop te maken, voordat we Gdynia aanlopen. We besluiten Zweden een bezoek te brengen. Een dag later zouden we daar aankomen. ’s Avonds stond er weer een heerlijke Hollandse maaltijd op tafel: aardappels uit de oven! Dat was weer smullen. Met een goed gevulde maag begon ik met mijn wachtgenoten aan de 8-12, eigenlijk dus 20-24. We hadden ons voorbereid om een sterbestek te maken, maar de sterren kwamen pas te voorschijn toen de horizon al uren heiig was. Een sterbestekje zat er dus niet in. Na grofweg 25 mijl te hebben afgelegd door de rustige zee konden wij de wacht overdragen en de nieuwe dag beginnen door de binnenkant van onze ogen te gaan bekijken. (YK)
1 juli: Onverwachts bezoek
Karlskrona, ankeren. Daar zijn we dan in Zweden, Hoezee! Het land van Knackebrod, ABBA (gadverdamme) en Pipi Langkous. Maar ach, zo bekend is het ook weer niet want bij het aanlopen van Karlskrona blijken we geen kaart van de haven te hebben en varen we op een kaartje uit de “pilot” naar binnen. Door een stukje uitstekende navigatie (met Bob en ik in de bovenmast als uitkijk/fotograaf) komen we uiteindelijk toch naar binnen en ankeren we bijna midden in de vaargeul. De Zweden zien geen probleem en wij ook niet. Vervolgens allemaal de wal op met de dinghy. Het is stikheet en ik ben al snel de rest van de groep kwijt als ik door Karlskrona wandel. Wel is het een mooie plaats om door rond te struinen, vooral bij de haven. Na een uurtje rongewandeld te hebben besluit ik een pakje shag te gaan kopen, want dat is alweer bijna op. Ik stop bij een pinautomaat om geld te pinnen (want die verdomde Zweden hebben nog steeds geen euro...) doet mijn pinpas het niet. Later hoorde ik van Yorick dat je de pas er op zijn kop in moest steken, wie verzint er nou zoiets? In Zweden kan het dus allemaal. Vlak voordat we weer aan boord gingen vond ik de rest weer terug en zijn we nog even langs een strandje gelopen met allemaal leuke vrouwen in bikini, de dag was geslaagd. Helaas moesten we weer aan boord, waar we een lekker broodje knakworst kregen, jammie!
16:00- Anker op! Plees schrobben, dekwassen, afwassen, slavernij. En daar betalen we ook nog voor! Nee hoor we vinden het lachen! Later in de middag hebben we samen met onze vriend Pieter van werktuigbouw de ankerwinch gerepareerd. We wisten niet hoe het ding werkte (en hij werkte ook eigenlijk niet), maar zeevaartschool Amsterdam krijgt alles gerepareerd!
Om een uur of zeven ’s avonds werden we opgeroepen door een Zweedse reddingshelicopter. Of hij even een mannetje op het dek van ons ‘beautiful ship’ mocht parkeren. Natuurlijk mag dat van de stuurman. De scheepspaparazzi is binnen 10 seconden aan dek met 20 camera’s klaar om te schieten. Een paar minuten later stond een voor ons onbekende Zweed in een overlevingspak op het achterdek. Communiceren met hem was onmogelijk omdat het een grote teringherrie was, veroorzaakt door de helicopter. De arme man stond schaapachtig op het achterdek een beetje te lachen, terwijl hij door de 20 camera’s vanuit alle hoeken werd beschoten. Het duurde dan ook niet lang voordat de redder zijn piloot opriep om hem zelf te komen redden uit deze penibele situatie. En voor we het wisten was de helicopter weer uit het oog verdwenen en werden we vriendelijk bedankt voor onze medewerking.
Daarna ging het allemaal heel snel: Positie in de kaart zetten, zeehond, vogel op een stok, boot, boot, boot, boot, radartraining van Yorick, boot, eten, schrijven.
Goede rust en Ajeto! (GJ)
2 juli: Reddingsactie en aankomst
De blauwe wacht begint vandaag met de 4-8. In het begin is het vrij mistig en nat aan dek, maar zodra de zon de kans krijgt trekt de mist weg. Hierdoor kunnen we genieten van de strakke blauwe lucht en de vlijmscherpe horizon, geweldig zicht dus. Na de wacht staat er een heerlijk ontbijt voor ons klaar en kruipen een paar nog even hun kooi in voor een schoonheidsslaapje. ’s Middags wordt er plotseling omgeroepen dat één van de bemanningsleden in de masra bezig was, is uitgegleden en nu bewusteloos in zijn tuigje hangt. Snel zijn er een paar man naar boven gegaan om het bemanningslid uit de ra te halen. Eenmaal boven komen we erachter dat het slachtoffer Ernst is, onze volledig uit trossen bestaande vriend. Met een takel en flink wat spierkracht hebben we Ernst beneden gekregen, een zeer geslaagde oefening voor als het een keer echt nodig is.
Rond een uur of 5 is het dan eindelijk zo ver: er staat genoeg wind én in de juiste richting of eventje een flink stuk te zeilen. Alle zeilen worden bijgezet om zoveel mogelijk wind mee te pakken, we halen een flinke snelheid van 8 knopen. Op de manier kunnen we prachtig richting Gdynia varen. De kust van Polen komt steeds dichterbij, het is alle hens aan dek om alle zeilen weer te strijken en op de motor de haven binnen te varen. Daar liggen al vele andere zeilschepen die meedoen met de Tall Ships Races.
Na het eten lopen we met een stel een stukje over de kade om de andere schepen te bekijken en daar zitten een paar hele mooie en bijzondere bij. De hele kade staat vol met eet- en souvenirskraampjes en er is een heuse kermis. We kunnen ons hier dus prima vermaken. (ME)
Na een avondje de stad verkend te hebben komt de bemanning één voor één de kooi weer uit. Vandaag wordt er even verhaald (het schip gaat op een andere plaats liggen) en kunnen we de wal op om ons te vermaken tussen het Poolse publiek. Het lijkt wel of half Polen deze kant op is gekomen, er staat een constante stroom mensen langs de kade. Ze willen allemaal hun stempeltjes van de verschillende schepen hebben, maar soms het lijkt alsof ze alleen in de rij gaan staan omdat er een rij is. De hele stad staat op z’n kop.
Er zijn door de organisatie een aantal activiteiten georganiseerd, we kunnen allemaal meedoen. Er is op het strandje vlakbij een zeilrace voor optimisten. Dat zijn de kleinste zeilbootjes die er zijn, het is net een tobbe en er hangt één klein zeiltje boven. Het is de bedoeling dat we in in teams van zes personen om de beurt het boeitje ronden dat een meter of 80 van de kant drijft. Er is plek voor tien teams, terwijl er twaalf teams in wilde schrijven. Helaas worden we uitgeloot, dikke pech. Dat blijkt uiteindelijk mee te vallen, er komen twee teams niet opdagen, dus we kunnen toch meedoen. Als die reddingsvesten ten minste op tijd arriveren, het grootste deel van het team is terug naat het schip om er een paar te halen. Gelukkig kunnen we nog net op tijd instappen en er is zelfs nog tijd om te oefenen. De eerste zeiler gaat voor een vliegende start, welke helaas niet echt goed uitwerkt. Het wisselen gaat goed: roer om, spring en plons, en de volgende kan de tobbe in duiken om koers te zetten naar het gele boeitje. De nodige prutsers, dobberaars en half verzopen Polen worden ingehaald en uiteindelijk worden we in ieder geval niet laatste. Het is inmiddels superdruk op het strandje, je kunt letterlijk over de koppen lopen. Na het wachten op de uitslag (5e plaats, 3 teams gediskwalificeerd) gaan we weer richting schip om daar het glas te heffen op de goede afloop.
Aan het eind van de middag is er dan nog de crewparade. De bemanningen van alle schepen gaan, vreemd uitgedost of niet de straten door. Er staan superveel mensen langs de kant en de nodige wegen zijn afgezet. Wij hebben gekozen voor de zeer originele piratenaccessoires, welke toevallig aan boord aanwezig zijn. Onder het lopen schreeuwen we het lied van de zeevaartschool uit. Het is waarschijnlijk maar goed dat er weinig mensen zijn die Nederlands verstaan, de teksten zijn nogal schunnig.
Na een gezellig avondeten met de hele bende hangen we nog wat rond op het schip, waarna we richting de crewparty gaan. Er zijn de nodige grote partytenten in de buurt en in één ervan is het groot feest. We maken de nodige vreemde moves, samen met onze liaison officers (de lokale hulpjes voor het schip). We nodigen onszelf ook nog even uit op de afterparty aan boord van één van de Nederlandse schepen. Er staan stapels volle bierblikken en er is een zwembadje gevuld met punch. Vooral de punch slaat in als een bom, zo kunnen sommige van ons beamen. Na een paar uurtjes vinden de meesten het wel weer mooi geweest. We scoren nog even de laatste vette worst bij één van de tentjes langs de kant, vlak voordat ze dichtgaan. Daarna gaan we lekker te kooi, we weten hem gelukkig nog te vinden. Morgen de laatste dag, we flansen nog even een vette rap in elkaar met de bootsman en dan gaan we ’s avonds op huis aan.




